HEILIGE TEKST
‘Men zegt dat we allemaal op zoek zijn naar de bedoeling van het leven. Ik denk niet dat we daar serieus naar op zoek zijn. Ik denk dat wat wij zoeken een ervaring is van levend zijn, zodat onze levenservaringen op het zuiver fysieke vlak weerklank vinden binnen ons eigen innerlijkste wezen en werkelijkheid, zodat we werkelijk de verrukking ervaren van levend te zijn.’’
Joseph Campbell
Ik voel mij als iemand,
die u aan uw kindertijd moet herinneren.
Nee, niet alleen aan de uwe:
aan alles, wat ooit kindertijd was.
Want het gaat er om,
herinneringen in u op te wekken,
die niet de uwe zijn,
die ouder zijn dan u.
Verhoudingen moeten worden hersteld
en samenhangen vernieuwd,
die van ver voor uw tijd zijn.
R.M. Rilke
Citaat uit “Het mysterie van de herstenstam”:
Ik moet hierbij denken aan een voorval uit mijn studententijd toen ik, achteraf gezien, voor de eerste keer met deze thematiek in aanraking kwam. Ik woonde toen in Lyon en moest op een middag in het stadsdeel Fourvière, op de helling van de Saône, een docent bezoeken. Bij zijn huis aangekomen, vertelde men dat het nog wel een half uur kon duren voor hij thuis kwam. Ik besloot de heuvel verder op te klimmen om nog even te genieten van het prachtige uitzicht over de stad, achter de basiliek. Ik ging op een bank zitten naast een man die me verder niet opviel.
Ik had een boek bij me dat de verheven titel droeg 'Hoe moet ik leven in deze wereld'? Toen ik het uit mijn tas wilde pakken, maakte ik een wat onhandige beweging en het viel op de grond. De man raapte het op, zag de titel, glimlachte en terwijl hij mij het boek teruggaf, zei hij, op de titel wijzend: ‘Weet u dat dan niet?’ Ik antwoordde onnozel dat het een theologisch boek was. ‘Ik begrijp het’, zei hij, ‘met name theologen stellen zulke vragen. Maar iedereen weet eigenlijk het antwoord al lang.’ Toen ik hem vragend aankeek vervolgde hij: ‘Iedereen weet toch hoe hij leven moet. Om te leven moet je ademen, je moet je voeden, je voortplanten en van tijd tot bewegen, uitrusten, slapen en dromen. Wat is daar nog aan toe te voegen? Het zijn juist de mensen die dat niet begrepen hebben die in de zorgen zitten. Zij maken in hun gedachten problemen over het leven en dat gaat zover dat ze vergeten te leven.’ ‘Ja maar’, probeerde ik, ‘we leven toch niet enkel om te ademen en ons te voeden?’ Hij antwoordde: ‘Ademen ís leven, slapen ís leven: weet u wat ademen is?’ ‘Dat weet ik wel’, zei ik, me niet realiserend hoe volledig misplaatst dat antwoord was, ‘maar het gaat toch juist om de gééstelijke waarden in het leven?’ 'Indien u werkelijk wist wat ademen was zou u er niet zo over spreken’, zei hij. ‘Ademen is een basisfunctie en in vergelijking daarmee is denken iets oppervlakkigs; denken gaat altijd over denken. Je moet denken weten stop te zetten.’ Ik begreep er hoegenaamd niets van en vond het eigenlijk een beetje onzin. Ik mompelde een excuus, zei dat een docent op me wachtte, stopte het boek in mijn tas en nam gehaast afscheid.
Uit “Het mysterie van de herstenstam”, p.10-11