|
|
|
|
"Eerst moet je iets aan den lijve ervaren. Voelen dat het van je eigen ziel is. Pas daarna heeft het zin als iemand zegt: 'Daar moet je het bijbelboek Job ook eens op nalezen'. De ervaring gaat tenslotte voor de theorie uit. Ook Abraham had geen Oude Testament om nog eens na te lezen toen hij voor cruciale beslissingen in zijn leven stond. De kerk en ons hele onderwijsstelsel zijn nog te veel gericht op cerebraliteit alleen. Er is nog ontstellend veel te doen aan inwijding. En daar was de kerk eigenlijk voor bedoeld."
Dat zijn opmerkelijke waarnemingen voor een katholiek theoloog die eigenlijk priester zou worden.
Tjeu van den Berk wordt als jongeling uitgezonden om in Rome en Lyon theologie te gaan studeren. Onderweg, op het station in Marseille, beseft hij dat hij er niets meer van gelooft. Op een stoeptegel in die franse havenplaats stort het hele bouwwerk van dogma’s en leerstellingen in elkaar
Toch blijft Rome en de godgeleerdheid trekken en begint van den Berk ondanks zijn twijfel aan zijn studie. Op een goede dag ontmoet Tjeu een man in Lyon die hem zegt dat denken oppervlakkig is en geen basisfunctie. Ademen, vrijen en eten daarentegen zijn de heilige bewijzen dat we in leven zijn.
Deze twee gebeurtenissen, de stoeptegel en de man van het ademen vrijen en eten, veranderen het leven van de theoloog radicaal. Ten eerste besluit hij te trouwen en verder verdiept hij zich meer en meer in de kunst, in Gustav Jung en in de werking van onze hersenen. Dit resulteert niet alleen in een aantal prachtige boeken, maar vooral in een uniek en geprononceerd besef wat de zin van het leven is.
De zin van het leven is de zin in het leven.
Katholiek theoloog Tjeu van den Berk in het Vermoeden. Met Joseph Campbell, Rainer Maria Rilke en Ludwig van Beethoven.
HEILIGE TEKST
‘Men zegt dat we allemaal op zoek zijn naar de bedoeling van het leven. Ik denk niet dat we daar serieus naar op zoek zijn. Ik denk dat wat wij zoeken een ervaring is van levend zijn, zodat onze levenservaringen op het zuiver fysieke vlak weerklank vinden binnen ons eigen innerlijkste wezen en werkelijkheid, zodat we werkelijk de verrukking ervaren van levend te zijn.’’ Joseph Campbell
Ik voel mij als iemand, die u aan uw kindertijd moet herinneren. Nee, niet alleen aan de uwe: aan alles, wat ooit kindertijd was. Want het gaat er om, herinneringen in u op te wekken, die niet de uwe zijn, die ouder zijn dan u. Verhoudingen moeten worden hersteld en samenhangen vernieuwd, die van ver voor uw tijd zijn. R.M. Rilke
Citaat uit “Het mysterie van de herstenstam”: Ik moet hierbij denken aan een voorval uit mijn studententijd toen ik, achteraf gezien, voor de eerste keer met deze thematiek in aanraking kwam. Ik woonde toen in Lyon en moest op een middag in het stadsdeel Fourvière, op de helling van de Saône, een docent bezoeken. Bij zijn huis aangekomen, vertelde men dat het nog wel een half uur kon duren voor hij thuis kwam. Ik besloot de heuvel verder op te klimmen om nog even te genieten van het prachtige uitzicht over de stad, achter de basiliek. Ik ging op een bank zitten naast een man die me verder niet opviel. Ik had een boek bij me dat de verheven titel droeg 'Hoe moet ik leven in deze wereld'? Toen ik het uit mijn tas wilde pakken, maakte ik een wat onhandige beweging en het viel op de grond. De man raapte het op, zag de titel, glimlachte en terwijl hij mij het boek teruggaf, zei hij, op de titel wijzend: ‘Weet u dat dan niet?’ Ik antwoordde onnozel dat het een theologisch boek was. ‘Ik begrijp het’, zei hij, ‘met name theologen stellen zulke vragen. Maar iedereen weet eigenlijk het antwoord al lang.’ Toen ik hem vragend aankeek vervolgde hij: ‘Iedereen weet toch hoe hij leven moet. Om te leven moet je ademen, je moet je voeden, je voortplanten en van tijd tot bewegen, uitrusten, slapen en dromen. Wat is daar nog aan toe te voegen? Het zijn juist de mensen die dat niet begrepen hebben die in de zorgen zitten. Zij maken in hun gedachten problemen over het leven en dat gaat zover dat ze vergeten te leven.’ ‘Ja maar’, probeerde ik, ‘we leven toch niet enkel om te ademen en ons te voeden?’ Hij antwoordde: ‘Ademen ís leven, slapen ís leven: weet u wat ademen is?’ ‘Dat weet ik wel’, zei ik, me niet realiserend hoe volledig misplaatst dat antwoord was, ‘maar het gaat toch juist om de gééstelijke waarden in het leven?’ 'Indien u werkelijk wist wat ademen was zou u er niet zo over spreken’, zei hij. ‘Ademen is een basisfunctie en in vergelijking daarmee is denken iets oppervlakkigs; denken gaat altijd over denken. Je moet denken weten stop te zetten.’ Ik begreep er hoegenaamd niets van en vond het eigenlijk een beetje onzin. Ik mompelde een excuus, zei dat een docent op me wachtte, stopte het boek in mijn tas en nam gehaast afscheid. Uit “Het mysterie van de herstenstam”, p.10-11
REACTIES
|
U kunt hier reageren op de uitzending. Uw reactie verschijnt
direct online.
|
|
|


LINKS
Tjeu van den Berk was bij de IKON onder andere te horen in de Grote Vraag van de IKON Zondagavond en in de IKON zondagmorgen over zijn boek 'Het mysterie van de hersenstam'. Bij de NCRV was Tjeu van den Berk eerder te gast in het radioprogramma A4.
Van de hand van Tjeu van den Berk verschenen enkele boeken bij uitgeverij Meinema:
Mystagogie. Inwijding in het symbolisch bewustzijn. Het mysterie van de hersenstam. Over basisfuncties, psychosomatiek en spiritualiteit. Die Zauberflöte. Een alchemistische allegorie. Het Numineuze, 2005.
|
|