De van origine Belgische
Joris Vercammen (1952) is aartsbisschop van de
Oud-Katholieke Kerk in Nederland en onlangs gekozen in het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken.
Vercammen wil als kind al priester worden. Liturgie en mystiek hebben hem altijd aangesproken. Toch lijkt het zijn ouders beter als hij eerst pedagogiek gaat studeren. Die keuze vindt Vercammen achteraf een hele goede: je gaat uit van de menselijke ervaringen en overtuigingen, bent meer op mensen gericht.
Na zijn studie pedagogiek gaat Vercammen theologie studeren in Antwerpen en in 1979 wordt hij tot priester gewijd. In 1984 werkt Vercammen in het jeugdpastoraat. Hij wordt verliefd. Dan ontdekt hij pas hoe het verplichte celibaat voor hem steeds meer symbool is geworden van vastgelopen kerkelijke structuren. En wat doe je dan?
Het werken in het jeugdpastoraat doet hij ‘doodgraag’, de kerkelijke weg, het verkondigen van het evangelie, is belangrijk voor hem. Jezus vinden is voor hem even wezenlijk als geluk vinden. Toch weet hij wat hij eigenlijk altijd geweten heeft: hij is geschapen voor het huwelijk. Het moment is daar dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt: hij zegt het priesterschap vaarwel: een hartverscheurend moment!
Uiteindelijk gaat hij over naar de Oud-Katholieke Kerk in Nederland, wordt eerst pastor in Rotterdam, daarna in Eindhoven, promoveert, doceert praktische theologie en wordt tot zijn eigen verbazing gekozen tot aartsbisschop. Het is volgens hem de taak van een ambtsdrager, waaronder ook de aartsbisschop, om mensen te ondersteunen bij hun zoeken en ze te verlokken tot groeien. Vercammen vindt dat de kerk veel te intern gericht is, uit angst om het voortbestaan. De kerk moet zich volwassen tonen en zich niet door angst laten leiden: pas dan kan je spreken van bevrijding.
Vercammen meent dat respect voor de kwetsbaarheid van mensen toegang geeft tot het goede. Deze houding herkent hij in de figuur van Franciscus. Zijn heilige tekst is daarom een fragment uit de roman
De nacht van de Poverello van Eloi Leclercq. Het is het verhaal van onthechting, van loslaten. Franciscus wil naar de mensen gaan, die vindt hij belangrijk, niet de regels en wetjes van de orde die naar hem vernoemd is.
Vercammen ziet binnen de Wereldraad van Kerken een schone taak voor de kerken. Er moet weer werk gemaakt worden van de oecumene, de interreligieuze dialoog en de bestrijding van armoede. Voor hem is het woord meedoen van cruciaal belang. Het is iets waartoe de mens bestemd is: sociaal en religieus.