Alle dagen
Gepubliceerd op: 5/17/2012 12:10:31 AM

Een meerderheid van de Nederlandse predikanten merkt dat gemeenteleden niet weten wat ze met Hemelvaart aan moeten. Vijftien procent van die predikheren zegt zelf niet te weten welke houding aan te nemen bij de dag waarop van oudsher gevierd wordt dat Jezus opging naar Zijn Vader in de hemel, zo lees ik in de krant.
Als kind wist ik ook niet wat te denken van de tekst: ‘Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet meer, en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien.’ Dat zou ook een uitspraak van je toekomstige echtgenoot kunnen zijn als hij je aan het ontbijt een overzicht gaf van zijn voorname werkdag die voor hem lag. Maar Jezus steeg op naar de hemel en een wolk onttrok Hem aan onze ogen. Daar werd ik droevig van, misschien nog wel verdrietiger dan van Stille Zaterdag, want die dag bleek dus helemaal niet de enige te zijn dat we zonder Jezus moesten. Wat te doen met de tien lange dagen die tot Pinksteren Jezusloos voor ons lagen? En waarom duurde dat hemels overleg daarboven zo lang? Pas witte rook na tien hele dagen? Was er soms verschil van mening over de op handen zijnde uitstorting van de Heilige Geest? Had die Geest de moed bij voorbaat al verloren? Die laatste gedachte was de meest ontmoedigende van allemaal. Misschien dat we daarom in alle vroegte maar gingen dauwtrappen.
Pas later las ik dat zo’n ‘ontrukkingsmodel’ een literair genre uit de Oudheid is, met de berg, de wolk, vermaning, zegen en belofte als vaste motieven.
Vandaag is het weer zover. Voor dag en dauw naar het klooster in Huissen. Met ‘medebroeder’ Hein Stufkens. Hemelvaartsdag. De troost zit ‘m juist in Mattheus 28 vers 20, zegt de medebroeder. Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de wereld.
‘Wij kunnen in onszelf afdalen, tot in de fossiele lagen van ons zijn. Om te ontdekken dat de Ene er altijd al was en altijd zijn zal, omdat niets mij van mijn wezenlijke, tijdloze en met de Ene verenigd Zelf kan scheiden. Hemelvaart betekent dat mijn ziel reikt tot in de hemel, en dat de hemel reikt tot in de diepte van mijn ziel’.
Hemelvaart gaan we vieren met Maria Vasalis:
In de oudste lagen van mijn ziel,
waar hij van stenen is gemaakt,
bloeit als een gaaf, ontkleurd fossiel
de stenen bloem van uw gelaat.
Ik kan mij niet van u bevrijden,
er bloeit niets in mijn steen dan gij.
De oude weelden zijn voorbij,
maar niets kan mij nog van u scheiden.
Even een broodje met een nieuwe baas
Gepubliceerd op: 5/15/2012 12:13:39 AM

Zelfs de kersverse moeder van IDTV ligt hedentendage weleens wakker. Meer
Oogsttijd
Gepubliceerd op: 5/12/2012 1:30:56 PM
Langzamerhand komt het jubileum van Het Vermoeden dichterbij. Voor mij ligt de DVD-box ‘Tien vrouw sterk’ die morgen op Moederdag in het Catharijneconvent gelanceerd wordt. Het zijn tien uitzendingen van het Vermoeden met boeiende vrouwen die in de christelijke traditie staan, in een bijgevoegd boekje van commentaar voorzien, geschikt voor gespreksgroepen in de kerk. Zo vindt de PKN.
Ik staar naar de foto’s van die tien zusters op de rug van de DVD-box. Indrukwekkende oogst.
Ook de vorig jaar overleden kerkmoeder Catharina Halkes is van de partij. Haar dierbare tekst was de Pinksterhymne Veni Sancte Spiritus.
“Je kunt niet zonder adem. God schiep de mens uit aarde, maar hij blies ons zijn eigen adem in. Dat is een mooi beginsel. Veni sancte spiritus, kom Heilige Geest is écht een heilige tekst, het gaat over de aanwezigheid van het goddelijke in de schepping. De Geest zucht in ons. Af en toe is dat een briesje, af en toe is dat een grote storm. De Geest maakt je open, maakt je hartelijk, het doet uitzien naar nieuwe mogelijkheden.”
Nieuwe mogelijkheden. Halkes kan ik wel gebruiken op mijn zoektocht naar thuis komen. Moed verzamelend om tijdens de crisis toch een thuis te willen kopen.
Want laten we wel wezen, niemand weet wat er met de omroep, of met wie dan ook gaat gebeuren. Maar tien jaar Vermoeden is al een unicum. Als het aan mij ligt is onze jubileumtekst:
‘Wat telt is niet de geweldige omvang van de taak, maar de grootsheid van de volharding.’
Toch ben ik nu al voor een leven lang dankbaar voor alle geschenken die onze minstens tweehonderdzestig gasten ons gegeven hebben. Mensen in wie de Geest zucht. Die Geest die ons open maakt en hartelijk. Kijk maar.
Willem
Gepubliceerd op: 5/9/2012 5:44:05 PM
Wat het geheim van een hele lange relatie is? Een slecht geheugen. Hij lacht om het grapje van zijn vrouw. Hij heeft een brief aan zijn jongere ik geschreven en daarover kom ik hem ondervragen. Een lang uur radio. Voor in de zomer. Zij is verrast en zegt de brief heel graag te willen lezen. Ik geef haar een kopie die ze blij in haar tas stopt. Wanneer ze thuis komt vraagt hij. Vanmiddag. Dan doet hij auditie voor de rol van Obelix. Nog maar de vraag of ze hem hebben willen, want hij is niet de enige kandidaat. Het zou trouwens wel heel leuk zijn, de stem van Obelix. Zij vindt dat ook. Obelix en die brief aan zijn jongere ik, het verrast haar alsof ze elkaar net kennen. Niets is minder waar. Hun liefde knettert er van af. Hier in de meer dan droomachtig prachtige keuken met opengeslagen deuren naar veel groen. Als zijn vrouw weg is, laat hij als een kind zo blij de tuin en het souterrain zien.
Dan begint hij aan zijn brief. Aan dat dromerige jongetje dat alsmaar wegliep van school om in het park met zijn imaginaire vriend Willem te kunnen praten. Willem die er wel voor hem was en die een paard, een ezel, een krokodil, een giraf en een zebra had. Willem zit trouwens nog steeds best vaak op de autostoel rechts van hem.
Zijn brief aan zijn jongere ik is gericht aan dat kleine ventje dat in zijn wigwam zat. Die inmiddels verschoten en versleten stoktent kwam hij tijdens het verhuizen naar dit paleis ineens weer tegen. Zo gaat zijn nieuwe show heten, want die wigwam is nooit weggeweest. Als hij op een feestje is en om zich heen kijkt, ziet hij niet zelden aan alle vier kanten iemand staan die hij ooit tot op het bot beledigd heeft. Dan is de keuze altijd: dronken worden of de wigwam in. Het laatste is natuurlijk het fijnst, want daar vindt hij Willem weer.
Hij verkneukelt zich al, want een dezer dagen zullen zijn vrienden strak in het pak zijn tuin in kuieren met allemaal een wigwam over de schouder. Die zetten ze dan stuk voor stuk op en zijn dochter zal dat geheime wigwamgenootschap door de heg heen filmen. Voor de nieuwe show. Nooit is hij dat kleine eenzame wigwammanneke van weleer ontrouw geworden. Nimmer is hij gaan werken, hoezeer hij zich ook afbeult. Immer bleef hij spelen zoals het dromertje van toen.
Het wigwamventje van Youp. Hij lijkt er nog sprekend oep.
Nietsvermoedend
Gepubliceerd op: 5/5/2012 10:01:29 PM

Weer zo’n woord: nietsvermoedend. Lees ik net bij Rilke. Het woord vermoeden is al zo mooi, maar het tegendeel is al even onschuldig. Nietsvermoedend. Even daarover mijmeren hoor. Ik zit weer onder de grond. Dat gaat al een paar jaar zo op Bevrijdingsdag. Alweer op weg naar de vierdaagse retraite van Sogyal Rinpoche. Aan de wanden van de metro zijn foto’s te zien van de mannen die al jaren ondergronds aan het metronetwerk zwoegen. Op die affiches vertellen ze aan ons, klanten dat ze hun maten vaker zien dan hun eigen vrouw. Jammer dat die gozers zo lelijk zijn, voegen ze er olijk aan toe.
Een mens wordt vrolijk van hun aanblik op die foto’s aan de metrowand. Verbondenheid en ontmoeting fleuren me immer op, zeker met trotse werkmannen ondergronds.
De retraite gaat over compassie. In mijn tas zit een klein boekje van de dichter Rilke. Het zijn gebundelde brieven die hij schreef aan een voor hem volkomen onbekende fan. Die brieven zijn van zo’n diepzinnige en blijvende schoonheid, dat je ter plekke spijt krijgt van alle anonieme mails die je onbeantwoord in je prullenmand hebt gekwakt.
Rilke zegt dat het veruit het beste is als de mens nietsvermoedend blijft van zijn eigen kwaliteiten, zodat hij zijn onbevangenheid en ongereptheid behoudt.
Op de retraite leer ik dat niemand minder dan Darwin het vermogen tot compassie als het sterkste van de menselijke instincten beschouwde.
Dus we kunnen maar het beste nietsvermoedend zijn van onze meest natuurlijke aanleg tot mededogen. Nu is niets natuurlijk behoorlijk weinig. Ik blijf toch een vermoeden houden dat het mijn verlangen naar verbondenheid is dat me doet zwaaien naar de mannen op de ondergrondse foto’s. Zij zijn mij in een andere gedaante met een helm op. En ze doen al heel veel jaar heel zwaar werk.
Om je dat in te kunnen denken, is het een buitenkans, ja zelfs een zegen als je zelf ook eens moet afzien. ‘Weet je ook eens wat dat is’, zeiden mijn broers vroeger als ik van m’n fiets viel. Zo voelt je vriendje zich dus als hij zich een buil valt. Hun opmerking blijkt nu het hoogste, diepzinnigste onderricht over mededogen. Wereldwijd samengevat in de gouden regel: wat jij wil dat jou geschiedt, doe dat ook een ander. Volgens de Dalai Lama is die gouden regel logisch en ook heilzaam voor de aarde en de economie. En bovendien niet alleen voorbehouden aan religie. Verder is het een schrander inzicht, want het toont ons ook hoezeer we van elkaar afhankelijk zijn. Hoogst belangwekkend onderricht dus.
En de diepzinnigheid komt diep uit de metro met het onderaardse inzicht dat ik zonder de metromannen nooit op m’n eindbestemming komen zal. Over onderlinge afhankelijkheid gesproken. Dag nietsvermoedend getalenteerde jongens! Tot vanavond op de terugweg!